Willemke ‘Wikkie’ Klop (92) en Henk de Jong (90) kijken met weemoed terug op de Nijmeegse vierdaagse. (foto Hannie Schrijver)
Willemke ‘Wikkie’ Klop (92) en Henk de Jong (90) kijken met weemoed terug op de Nijmeegse vierdaagse. (foto Hannie Schrijver) (Foto: )

'Ik heb weken niet kunnen lopen'

Anderhalf uur wachten voor een pleister. Of doorlopen op kapotte sandalen. In de Nijmeegse Vierdaagse is veel veranderd, vinden bewoners van zorglocatie Tertzio. Henk de Jong (90) en Willemke 'Wikkie' Klop (92) liepen hem allebei.

door Hannie Schrijver

Elst - Ze kennen elkaar eigenlijk niet, de twee kwieke negentigers. Toch wandelden ze allebei de vierdaagse. Een van hen liep 'm drie keer uit, terwijl de andere, gekweld door kapotte sandalen, na een dag al moest opgeven.

"Ik kan wel zeggen dat ik 'm gelopen heb", relativeert mevrouw Klop haar deelname. "Ik was zestien jaar en zat op een wandelclub. Het was 1946, net na de oorlog, toen ik met mijn wandelgroep meedeed. Toen had je nog niet van die wandelschoenen en er was veel armoede. Ik had wel gewone schoenen, maar ging op mijn sandalen lopen. Het waren van die slippers met bandjes. De bandjes waren geknapt onder het lopen. We hebben geprobeerd de bandjes vast te maken en zo ben ik doorgelopen. Later hebben mijn mede-wandelaars me geholpen. Ik heb de dag wel uitgelopen. Je kunt wel nagaan hoeveel blaren ik had. Ik heb weken niet kunnen lopen, zo erg had ik de voeten kapot gelopen."

Henk de Jong liep de vierdaagse in de jaren tachtig drie keer uit. "Ik woonde in Harlingen en in de omgeving van Drenthe en Friesland waren heel veel wandeltochten. Ik deed aan alle tochten mee. Dus toen ik in Elst kwam wonen, wilde ik heel graag de vierdaagse van Nijmegen lopen."

Die eerste keer, in 1982, kan hij zich nog goed herinneren. "We moesten om 7 uur op de trein en om 8 uur starten. De eerste dag liepen we via Bemmel en Elst. In Elst hadden we rustpauze. Daar zat ons moeder met een stoeltje. We aten even een boterhammetje en toen weer verder. Het laatste stukje van Oosterhout naar Nijmegen was echt een lijdensweg. Je zag altijd Nijmegen, maar je kwam er ooit. Het was net een fata morgana. Het was leuk, maar dat laatste stukje… De tweede dag was echt een rottocht. Alleen maar lopen, lopen lopen, er kwam geen eind aan. Mijn dochter had een blaar gekregen en moest een pleister hebben. We hebben anderhalf uur bij de post gezeten omdat het zo druk was. En dat voor een pleistertje."

De derde dag, van Groesbeek en de Zevenheuvelenweg vond De Jong de fijnste tocht. "Iedereen was in een jubelstemming, in Groesbeek was het feest. Het was ook een mooie tocht door de bossen. De laatste dag was een hele saaie dag. Er was helemaal geen belangstelling van het publiek. Alleen op de Via Gladiola was het feest." Na zijn deelnames aan de vierdaagse heeft hij nog zo'n acht jaar lang als vrijwilliger blaren geprikt, in Elst. "Mensen die bij ons kwamen hadden allemaal verhalen, dat was hartstikke leuk."

Ieder jaar gaan bewoners en aanwonenden van Tertzio bij de vierdaagse kijken. De Jong heeft er zin in. "Als ik de vierdaagse zie, moet ik huilen, omdat ik niet meer mee kan doen. Veel mensen die hier wonen hebben 'm gelopen. Die kunnen zelfs niet meer kijken, zo emotioneel vinden ze het."

Meer berichten