Foto: Vincent Bos

Wachten

  Column

Dat is een tegenvaller. Als ik me rond het middaguur bij de receptie meld krijg ik te horen dat de arts een uitlooptijd heeft van zeker een half uur. Daar word je goed ziek van. Beter nieuws heeft de vrouw achter de balie niet. Het is niet anders.

Waar andere wachtenden de tijd opvullen door eindeloos op de mobiele telefoon te koekeloeren, pak ik pen en papier. Dat is voor mij dan weer rustgevend. Liever nog sluit ik even de ogen, maar dat staat zo raar in de wachtkamer van een polikliniek. Dan is het net alsof ze je onder narcose hebben gebracht. Maar ik ben toch echt klaarwakker.

Intussen kijk ik naar het informatiescherm vlak voor me. Als je lang genoeg mag wachten komt de film een paar keer voorbij. Dan zie ik dat de temperatuur in de stad in dat half uur nog geen halve graad is opgeschoten. Geen nieuws waar je koud of warm van wordt. Dan volgt informatie uit de ruimte. Daar schiet ik weinig mee op. Al is het wel toepasselijk. Bij de mededeling dat ik nog een tijd moest wachten, had ik bijna gezegd: 'ach, loop naar de maan'.

Waggelend door de tuin

Dan zie ik een film over egels. Uit de tekst begrijp ik dat die kaal geboren worden. Als ze ouder zijn hebben ze wel zesduizend stekels. Ze worden scharrelaars in de achtertuin genoemd.

Daar kan ik me wel wat bij voorstellen. De afgelopen zomer floepte midden in de nacht het achterlicht aan. Ik sprong meteen uit bed. Zo kwiek ben ik wel. Ik rook onraad. Ik zag niemand. Hoe ik ook keek. Totdat er bij mij een lampje ging branden. Het was vast en zeker een dier. Klopte als een bus. Ik zag een egel over het gras richting de waterbak waggelen. Het dier had dorst. Kon ik me wel voorstellen want zelfs 's nachts was het nog warm genoeg. Het was een prachtig gezicht.

Als ik in de polikliniek na een half uur aan de beurt ben, denk ik aan die egel. Ik geef de arts vriendelijk een hand en doe gewoon of ik er pas aan kom lopen. Dit is immers niet de plek om je stekels op te zetten.

Meer berichten